Sylvana Simons interview

Sylvana Simons werkte jaren als televisie- en radiopresentatrice. In mei 2016 sloot ze zich aan bij de politieke beweging Denk, waar ze in december vertrok om haar eigen partij op te richten: Artikel 1 en later BIJ1. Over een bewogen jaar vol steun en liefde, maar ook veel racisme en haat. Over naar je eigen waarheid leven en echte verbinding maken.

door Raja Felgata

foto’s Vera Duivenvoorden

Event foto’s Jossy Photography, Amrani Photo’s

Raja: We zitten in de Openbare Bibliotheek in Amsterdam Osdorp. Je koos heel bewust voor deze plek.

Sylvana: ‘Ik ben niet alleen opgegroeid in Osdorp, maar ook echt in deze bibliotheek. Ik groeide op als enig kind, hoewel ik de jongste ben van zestien broers en zussen. Ik was een nakomertje, het enige kind van mijn ouders samen. Ze hadden beiden een goede baan, dus ik was vaak alleen. Ik moest mezelf vermaken en dat deed ik voor het grootste gedeelte door te lezen. Dus ik was hier ontzettend veel. Dit was eigenlijk de poort naar de wereld, hier kon ik alles vinden over het verre buitenland, hier kon ik mijn heldinnen vinden en vormen. Ik was niet een kind dat zich heel erg in studieboeken verstopte ofzo, ik las gewoon meisjesboeken: de Olijke Tweeling, Poeske. Zoveel over die eigenzinnige meisjes lezen – hoe onschuldig ze ook waren – heeft me wel gevormd.’

 

Ik wil graag met je terugkijken op het afgelopen jaar. Er is behoorlijk veel gebeurd. Je sloot je aan bij Denk, je stapte op, richtte je eigen partij op, Artikel 1. Je deed mee aan de verkiezingen, haalde net niet genoeg stemmen. Er waren verschillende rechtszaken, je moest een andere partijnaam kiezen. En niet te vergeten de online haatcampagnes. Ik noem het op en ik krijg het al benauwd.

‘Het voordeel van hier middenin zitten is dat je daar geen tijd voor hebt. Het is gewoon een kwestie van doorademen, van telkens weer met elke nieuwe situatie dealen. Pas nu kan ik met enige reflectie op het afgelopen jaar terugkijken. Gisteren keek ik een documentaire waarin iemand zei: ‘Iedereen die ooit impact heeft gehad op de wereld, is verketterd.’ Ie-der-een. Dus het hoort er gewoon bij. Je kunt zaken als racisme, moslimhaat, xenofobie, maar ook homohaat en economische rechtvaardigheid niet bespreken zonder dat je daar vijanden mee maakt. Als je iets wilt veranderen dan schop je automatisch tegen de schenen van de powers that be. Zij verdedigen wat voor hen al die tijd heeft gewerkt. De opdracht aan mijzelf was: deal with it.’

 

Als het je drie jaar geleden was gevraagd, had je jezelf dan in deze positie gezien?

‘Absoluut niet. Als je mij had gevraagd of ik ooit de politiek in zou gaan, dan had ik je gewoon uitgelachen en gezegd: ‘Ik ben wel goed, maar niet gek.’’

 

En toch ben je het gaan doen.

‘Dat is een proces geweest. Het begon allemaal met mijn vraag aan Martin Simek bij DWDD in 2015. Iedereen kent dat verhaal inmiddels wel. We zaten aan tafel bij Matthijs van Nieuwkerk, ik als tafeldame. Simek kwam vertellen over zijn ervaringen met Afrikaanse vluchtelingen in Italië. Hij vertelde een emotioneel verhaal, eerst nog vrij abstract. Op het moment dat hij de vluchtelingen benoemde als groep, had hij het over “die zwartjes”, inclusief achteloos handgebaar. Als tafeldame had ik de opdracht in te breken wanneer ik dat wilde. Dus de eerste vraag die in me opkwam was: ‘Waarom gebruik je dat woord?’

 

Was je je bewust van de mogelijke gevolgen van die vraag?

‘Ja. In amper drie seconden heb ik van alles afgewogen. Ik wist dat ik hier iets over móest zeggen, anders zou ik die avond mezelf niet in de spiegel aan kunnen kijken. Mijn kinderen niet aan kunnen kijken. Vanaf dat ze geboren zijn heb ik ze geleerd assertief te zijn, vragen te stellen, voor zichzelf op te komen. En dan zou ik dat niet doen? Tegelijkertijd dacht ik aan al die mensen die op dat moment zaten te kijken, mensen die op mij lijken of helemaal niet op mij lijken, maar die ook vinden dat dit niet kan. Geen verwijt maken, zei ik tegen mezelf, niet boos worden. Stel een vraag, een vraag is altijd goed. Hou je stem in de gaten. In die seconden wist ik ook dat die man aan de overkant van mij het gladde ijs had veroorzaakt, maar dat ik er hoe dan ook over zou uitglijden, of ik hier nou iets over zou zeggen of niet. Dit was het moment dat ik eigenlijk al 25 jaar had proberen te vermijden. En toen was het er. Het was bevrijdend en beangstigend tegelijk.’

 

Je zegt dat je het 25 jaar hebt proberen te vermijden. Waarom?

‘Achter de schermen heb ik mijn mond nooit gehouden. Als mensen opmerkingen maakten die naar mijn idee niet zuiver waren, sprak ik ze daar altijd op aan. In het publieke domein wilde ik dat niet, ik dacht dat het goede voorbeeld geven voldoende was. Aan de jongens en meisjes die op mij lijken laten zien dat het kán. Laten zien dat ‘we’ ook ABN spreken. Dat die diversiteit er wel degelijk is. Andere mensen gingen de barricade op, spraken zich expliciet uit voor diversiteit in het bedrijfsleven of de politiek. Voor mij als entertainer was dit de beste manier. Op dat moment, daar aan tafel met Simek, werd dat totaal anders.’

We zijn geïndoctrineerd door de gedachte dat we verschillend zijn, dat we geen raakvlakken hebben

‘Het is niet zo dat het uit de lucht kwam vallen. In de aanloop naar dat moment was er al veel veranderd. Hoe ouder je wordt, hoe dichter je bij jezelf komt te staan. Een aantal jaar geleden heb ik met mezelf afgesproken om mijn waarheid volledig te gaan leven. En dat was precies wat er gebeurde aan tafel bij DWDD. Waar ik vroeger had gedacht: Ik slik ‘em door, dacht ik nu: Dat kan niet meer.’

 

Kun je de periode daarna omschrijven?

‘Voordat de uitzending afgelopen was, stond social media al vol. Met dankbare, blije, trotse mensen. En ook met heel veel haat, racisme en seksisme. Ook al wist ik meteen dat dit nog maar het begin was, toch was het een rude awakening. Tot die dag was het imago dat mij gegund was positief en dat veranderde in een ogenblik. Opeens werd ik gezien als Nederland-hater. Dat is natuurlijk best raar. Het was alsof al die mensen die eerst zo vrolijk hadden gekeken naar TV Makelaar en Dancing with the Stars eindelijk hun validatie hadden gevonden om te zeggen wat ze al die jaren niet konden zeggen.’

 

Wat sprak je aan in Denk?

‘Toen ze me vroegen of ik bij de partij wilde, heb ik daar een aantal weken over nagedacht. Ik wist dat als ik echt iets wilde veranderen, aan de wortel, dat moest gebeuren op de plek waar regels, wetten en mores gecreëerd worden. In het politieke domein. Ik voelde me aangesproken tot de rebellie van Denk, het lef. Ik hoopte dat we de handen ineen konden slaan en samen een vuist konden maken. Dat we de verschillende bevolkingsgroepen die in Nederland stelselmatig en structureel institutioneel gemarginaliseerd worden konden verenigen.’

 

Toch was je daar niet op je plek.

´Nee. Ik reisde veel met Ian [van der Kooye, red] naar Rotterdam, naar het hoofdkantoor van Denk, en naar de Tweede Kamer in Den Haag. Tijdens die autoritjes filosofeerden we veel over wat het is dat Nederland nodig heeft. Over intersectionaliteit, verbinding tussen de verschillende groepen. Ian stelde mij op een dag de vraag: “Syl ga jij dit nog vier jaar volhouden?” Ik realiseerde me dat dat niet zo was. De focus op échte verbinding miste ik bij Denk. Ik wilde me niet alleen richten op afkomst of religie, maar op het feit dat veel meer mensen naar de rand van de samenleving worden verschoven, op basis van wat voor kenmerken dan ook.’

 

Voelde dat ondertussen niet als een soort verraad? Want ondertussen deed je je ding bij Denk.

‘Ten eerste deed ik niet echt mijn ding bij Denk, dat kon ik al lang niet meer. Het waren de hoogtijdagen van de bedreigingen; ik kon op dat moment niet eens meer alleen over straat. De loyaliteit die ik had naar Denk toe voelde niet beantwoord. In die periode zat ik door de bedreigingen veel thuis en om nou te zeggen dat men mij dagelijks belde om te vragen hoe het met me ging: nee. Dus ik kan niet zeggen dat ik een loyaliteitsconflict voelde. Daarnaast zou ik nooit trouw zweren aan een persoon, organisatie of beweging. Ik kan dat louter en alleen aan idealen en principes.’

Het gaat om de volgende generatie. De echte impact van wat wij doen, die ligt daar. Zij zijn de toekomst, zij zijn de hoop.

Ian en jij richtten jullie eigen partij op: Artikel 1. Er kwamen overweldigende reacties: veel liefde, steun, blijdschap. Toen kwamen de verkiezingen en lukte het net niet.

‘Op de dag van de verkiezingen bestond onze partij 85 dagen. Dus ik was niet zo verbaasd dat we die zetel niet haalden. Ik ben vooral heel erg dankbaar dat er in zo’n korte tijd zoveel mensen zijn geweest die hun vertrouwen hebben uitgesproken en daarmee aangegeven hebben dat ze het ook tijd vinden voor een ander soort politiek. Weet je wat het probleem is met verkiezingen, het is een populariteitswedstrijd. Terwijl, ons succes zit‘em niet in het behalen van een zetel na 85 dagen, ons succes zal blijken over twintig jaar, als we hebben bijgedragen aan het veranderende politieke klimaat.’

 

Maar tegelijkertijd, een partij als Forum voor Democratie heeft in rap tempo leden aan zich kunnen binden en zetels gehaald in de Tweede Kamer. Wat zegt dat?

‘Groepen als Forum voor Democratie bewegen mee met een golf die er al was. Sinds vijftien jaar is het bon ton geworden om je xenofobisch uit te laten, om onder het mom van maatschappijkritiek of vrijheid van meningsuiting te discrimineren en haat te zaaien. Het probleem van links en van de antiracismebeweging is dat we veel meer klasse hebben, dat we beleefder zijn, geduldiger. Dat we op inhoud de boel tegenspreken en veel minder gebruikmaken van populisme. Bovendien heeft Forum voor Democratie toegang tot geld. Wij zijn een grassroot-organisatie, doen het me de voeten in de klei, tegen de stroom in.’

 

Is de antiracismebeweging wel opgewassen tegen het populisme van rechts?

‘Als ik me daar mee bezig ga houden, dan zou dat mij kunnen beïnvloeden in mijn handelen. Ik mag me niet laten weerhouden door de twijfel of we wel of niet succesvol zullen zijn. Of we genoeg tijd hebben, genoeg tools hebben. Het kan me eigenlijk niets schelen, het moet gewoon gebeuren.’

Je geeft aan dat verbinding maken belangrijk is voor je. Sommige mensen vinden dat het racismedebat te vaak alleen gaat over ‘zwart zijn’, ze missen bijvoorbeeld de strijd tegen islamhaat.

´Klopt. We zijn geïndoctrineerd door de gedachte dat we verschillend zijn, dat we geen raakvlakken hebben. Dat Zwarte Piet niet jouw probleem is en moslimhaat niet de mijne. Sterker nog: ik moet bang zijn voor jou, en jij voor mij. Dat is de verdeel en heers politiek die al zoveel generaties wordt gevoerd.’

  

We moeten onze krachten bundelen. 

‘Het gaat om elkaar iets gúnnen. Ik wil mensen meekrijgen die beseffen: Ik heb pijn, maar ik weet dat mijn pijn niet de enige is op de wereld. Islamhaat, homohaat, seksisme, racisme, het zijn allemaal kinderen uit een en dezelfde familie. Het gaat om de raakvlakken. Weet je, het mooie van het benoemen van je verschillende identiteiten – kleur, geaardheid, religie, sekse – is dat het je ogen opent voor het feit dat we allemaal zoveel verschillende aspecten in ons dragen. Ik ben vrouw. Zwart. Heteroseksueel. Moeder. Atheïst. Ik ben huizenbezitter. Zorgconsument. Zeg, ik ga anders met religie om dan jij, onze roots liggen totaal ergens anders, maar op zoveel gebieden vinden we overlap. Juist het benoemen van al die identiteiten maakt dat je veel beter kunt zien hoeveel je eigenlijk gemeen hebt. En de verbinding met elkaar kunt maken. Dán kun je veel makkelijker je krachten bundelen.’

 

Hebben de afgelopen twee jaren je cynischer gemaakt?

‘Ik denk het niet. Ik ben nog steeds mezelf, ik zie nog steeds de schoonheid in de kleine dingen, lach nog steeds iedere dag. Maar er is wel een stukje naïviteit weg. Er was een tijd dat ik echt oprecht dacht dat Nederland het beste land ter wereld is. We zijn tolerant, je kunt hier jezelf zijn, alles is mogelijk. Daar denk ik nu iets genuanceerder over. Feit blijft dat we het heel goed hebben, het zou alleen nog veel beter kunnen. Op het moment dat er kansenongelijkheid bestaat in het onderwijs en op de werkvloer, dan doet Nederland zich daarmee tekort. Al dat talent dat niet benut wordt, dat niet mee concurreert met globale ontwikkelingen. Al die mensen met hun culturele rijkdom, hun talent om zich in twee werelden te bewegen, naar anderen te kijken en te snappen waar zij vandaan komen, om ook te horen en zien wat er níet gezegd wordt. De enige reden dat ik zoveel ellende over me heen kan laten komen, is dat ik van Nederland hou. Als het me niets zou schelen dan ging ik me al deze ellende niet op de hals halen.’

 

Er zijn zoveel losse, fragmentarische eilandjes die zich inzetten voor hetzelfde principe, die het hebben over solidariteit en verbinding. Hoe zou je tot die vereniging kunnen komen?

‘Er moeten twee dingen gebeuren: de status quo moet worden doorbroken en de volgende generatie moet beter worden opgeleid. Over de media gaat het dus en over onderwijs. Alles wat ik doe met deze partij, doe ik niet voor mezelf en de mannen en vrouwen van mijn leeftijd. Het gaat om de volgende generatie. De echte impact van wat wij doen, die ligt daar. Zij zijn de toekomst, zij zijn de hoop. Zij leven al met verschillende culturen, in een global village. Ze spreken al de straattaal die bestaat uit zoveel verschillende talen. Zij snappen het veel beter.’

 

Sylvana Simons staat dit jaar op #1 in De Kleurrijke Top 100 omdat zij in het publieke debat zaken bespreekt zoals racisme, sociale ongelijkheid en beeldvorming. Ze staat met haar nieuwe politieke partij voor verbinding, diversiteit en solidariteit en durft het voortouw te nemen in actuele debatten die onze samenleving nu bezighouden. Ondanks de (online) bedreigingen, rechtszaken en andere tegenslagen, weet zij met optimisme en realisme mensen te mobiliseren. Sylvana is voor velen een rolmodel en daarom is zij voor ons dé gamechanger die dit jaar op 1 hoort.

BESTEL KAARTEN