Interviews

Published on november 9th, 2015 | by Redactie

0

Schrijvers Mocro Maffia; zelfs onenigheid over de term

Nog voor het interview begint is er al irritatie. ‘Mensen vallen altijd over die titel: mocro zou stigmatiserend zijn en maffia hebben we hier niet.’ Journalisten Wouter Laumans en Marijn Schrijver maakten een boek over de moorden in de Staatsliedenbuurt en de liquidaties die daar op volgden. Ze beschrijven hoe jonge jongens zo snel in de zware criminaliteit terecht komen. Hoe dat probleem op te lossen, daarover zijn ze het absoluut oneens.

Door Veerle Corstens

Foto’s Amar Inderdjiet en Wassila Aarab

Het zit Laumans hoog. Hij zoekt het woord maffia even op en komt tot de volgende definitie: ‘Een groep mensen die criminele feiten pleegt waar enige graad van organisatie is. Duidelijk. Maar als je van witgewassen geld een huis koopt in Palermo, Malaga of Marbella ben je maffioso en als je investeert in Marrakech of Tanger niet. Ik begrijp dat niet. Het gaat net zo goed om drugshandel, liquidaties en afpersingen, kortom: gezeik. Ik vind het een semantische discussie die me mateloos irriteert. Gewoon politiek correct gelul.’

Als je begint met aan taalachterstand en uit een gebroken gezin komt, kun je nog zo goed je best doen maar de kans dat je topadvocaat wordt is nihil.

Schrijver legt uit dat het een simpel gevolg is van de economisch sociale positie van een bevolkingsgroep: ‘Criminaliteit komt in elk land en in iedere geschiedenis voor bij de groep die sociaal economisch het minst sterk staat. Op dit moment zijn dat met name Marokkaanse groepen in de buitenwijken van grote steden. Wij willen het verhaal van zo’n wijk laten zien, in dit geval Amsterdam-West. Jongeren die voor het verkeerde pad kiezen hebben weinig kansen; zelfs vakkenvuller worden is een uitdaging. Ze wonen dicht op elkaar en groeien op straat op. Daar zien ze al vrij vroeg iemand die iets doet wat eigenlijk niet mag. Het moment dat je zelf iets van A naar B moet brengen is dan niet ver weg. En van geld wordt dat al snel drugs of wapens. Zo glij je er langzamerhand in.’

Kinkerstraat

Rida Bennajem, de hoofdpersoon van hun boek, is precies zo’n type: van een scooterjongen kauwend op wat zonnepitjes met een blikje Red Bull in de hand verandert hij binnen afzienbare tijd in een gevreesde crimineel. Hij komt uit een gebroken gezin, heeft problemen thuis en moeite met leren. Al hangend op straat belandt hij in de criminaliteit en maakt daar razendsnel carrière:voor zijn 22eheeft hij al meerdere roofovervallen en twee moorden op zijn naam staan. In de Comeniusstraat in Amsterdam-West wordt hij uiteindelijk in 2013 door zijn hoofd geschoten.

Laumans: ‘Als je Opsporing Verzocht of het Journaal kijkt denk je dat alle verdachten monsters zijn en dat is absoluut een kant van die jongens. Maar het gros van de mensen in Bos en Lommer houdt zich gewoon aan de wet.’Waarom sommige jongens dan toch kiezen voor een criminele carrière heeft volgens de twee schrijvers weinig te maken met keuzevrijheid. ‘Als je begint met aan taalachterstand en uit een gebroken gezin komt, kun je nog zo goed je best doen maar de kans dat je topadvocaat wordt is nihil,’ volgens Schrijver. ‘En deze jongens en meisjes groeien ook nog op in onze consumptiemaatschappij. Er zijn pizzakoeriers die het hele jaar sparen om drie dagen hun zogenaamde rijkdom te kunnen laten zien in Marokko, rondrijdend in een Ferrari.’

Laumans: ‘Het zogenaamde Marokkanenprobleem is kortom een probleem van de onderklasse.’
Schrijver: Het is een consumptiemaatschappijprobleem, een economische crisis-probleem, een sociaal economisch probleem en een drugsprobleem.’
Laumans: ‘Een wegkijkprobleem bij de overheid.’
Schrijver: ‘Er zijn zoveel problemen.’

Een criminele carrière heeft weinig te maken met keuzevrijheid

Voor het eerst een boek lezen
Laumans en Schrijver geven veel presentaties op scholen en horen vaak dat hun boek het eerste boek is dat leerlingen ooit uit lazen. Eindelijk wordt er geschreven over hun leefwereld; al is die niet erg rooskleurig, herkenbaar is het wel. Het boek ligt ook op de leestafel van de recherche en de politieacademie en blijkt voor jongerenwerkers informatief. Schrijver en Laumans willen de situatie beschrijven en nadrukkelijk geen oplossing bieden. Schrijver: ‘Ik denk dat je dit boek zowel zou kunnen lezen als een pleidooi voor meer politie op straat als voor uitbreiding van het welzijnswerk.’ Over die oplossing zijn de twee auteurs het dan ook verre van eens. Schrijver noemt zichzelf ultralinks en vindt dat cocaïne gelegaliseerd zou moeten worden. Laumans daarentegen zoekt het meer in de rechtse hoek en pleit voor hogere straffen op wapenbezit.

Mocro_Maffia

Schrijver: ‘De politiek heeft het volste vertrouwen in politie en ik vraag me af of dat terecht is. Mensen die op een criminele dodenlijst staan preventief oppakken is toch heel raar?’
Laumans: ‘Ik vind dat de politie goed werk doet.’
Schrijver: ‘Ik ben ook blij dat ze bestaan.’
Laumans: ‘Ze doen hun stinkende best.’
Schrijver: ‘Ik ben ook blij dat Feyenoord bestaat maar heb wel een mening over de opstelling.’
Laumans: ‘Politie moet er zijn om veel strenger te controleren op wapenbezit. Iemand heeft heus geen wapen bij zich om gaten in de muren te maken.Een wapen heb je alleen maar voor twee doeleinden: om iemand dood te schieten of om iemand te bedreigen. Lijkt me allebei niet de bedoeling. De straf voor wapenbezit is nu zes maanden, dat moet veel langer zijn.’

 

Niet bevriend, wel rondjes lopen
Waar de twee journalisten elkaar vinden is in het klassieke journalistieke handwerk: uitzoeken en onderzoeken. Iets wat niet veel gebeurd in de huidige journalistiek volgens hen. Laumans: ‘Onderzoeksjournalisten, wat al een volstrekt belachelijke term is, die van achter hun computer een WOB-verzoek (Wet openbaarheid van bestuur red.) indienen en dat onderzoek noemen.’ Schrijver vindt dat al heel wat: ‘Veel media nemen klakkeloos teksten van voorlichters over, zonder te checken. Precies opschrijven wat justitie, politici of de overheid wil. De macht faciliteren, in plaats van controleren. En die journalisten gaan daarna aan de slag als persvoorlichter, dat is toch hoogverraad! Je kennis die je hebt opgedaan tijdens het controleren van de macht gebruik je dan om de macht te faciliteren.’
Laumans heeft een ook broertje dood aan collega’s die een onderwerp induiken alleen maar om een goede quote te scoren, groot op de voorpagina te zetten om vervolgens weer door te gaan naar het volgende sensatieverhaal. Volgens Schrijver en Laumans is er maar een manier om informatie uit de onderwereld te verkrijgen en dat is simpelweg rondjes lopen door de wijk. Niet een of twee keer; pas na de vierde keer vertellen ze dat ze bezig zijn met een boek. Laumans heeft daar een mooie metafoor voor: ‘Twee stieren staan samen in een wei; een jonge en oude stier. Beneden aan de heuvel staat een wei vol koeien. De jongere zegt tegen de oudere stier: “kom we rennen naar beneden, dan neuken we er eentje”. Maar de oudere en wijzere antwoord:“Nee, we lopen naar beneden en neuken ze allemaal”. Veel journalisten zijn die jonge stier en verkloten het met hun scoringsdrift voor de rest. Je moet altijd het hele verhaal vertellen.’

Wouter-Laumans-Marijn-Schrijver-Veerle-Corstens

En ook daarom gaat een tweede boek over dit onderwerp er niet komen. Laumans: ‘We hebben het verhaal over waarom deze jongens de criminaliteit in gaan al beschreven. Als we door zouden schrijven, zijn we alleen maar bezig met een bodycount en dat vinden we niet interessant. Ik zou wel graag over tien jaar kijken wie er nog leven en wat ze nu doen.’ Er is ook nog een andere reden om te stoppen met dit onderwerp volgens Schrijver: ‘Ik ben al gevolgd door een man met een sikje in een auto en zag ook een oude man die precies in de winkelruit keek en een straatje in glipte. We worden gevolgd door de politie omdat wij zo snel op de hoogte zijn.’Laumans: ‘Vorig jaar werd Stefan  Eggermont doodgeschoten en werd ik gebeld door een bron, om te vertellen dat het een vergissing was geweest. Of ik daarover kon twitteren. Hij wilde aan de familie van het slachtoffer laten weten dat Eggermont geen crimineel was geweest en bovendien voorkomen dat de recherche heel lang in de verkeerde hoek ging zoeken. We zijn kortom onderdeel van het verhaal geworden.’

Het zijn al lang niet meer een paar criminelen die elkaar afschieten.

Zorgen maken de mannen zich wel. Laumans werkt al twintig jaar in de misdaadjournalistiek en ziet hoe onbesuisd en roekeloos de criminelen nu zijn. ‘Vroeger werd je niet zomaar een hitman. Nu zie je jongens die pas net een paar haren op hun kin hebben een pijlsnelle carrière maken; soms van enkele weken. Jongens die zijn aangehouden voor inbraak in een snackbar – met een beetje goede wil kun je dat nog kwalificeren als een gekke sprong – maar twee weken daarna worden gepakt in een auto met Kalasjnikovs. Ze weten helemaal niet hoe die wapens werken en schieten in het wilde weg.’ Schrijver: ‘Een goede huurmoordenaar heeft aan een pistool en twee schoten genoeg. Deze gasten kunnen niet goed richten en houden hun hoofd niet koel. Ze zijn slecht in hun werk en raken daarbij onschuldige slachtoffers.’ Er vielen inderdaad al kogelgaten in de tram, in een huis en een bankgebouw. Laumans waarschuwt daarom voor een probleem van de openbare orde. ‘Het zijn al lang niet meer een paar criminelen die elkaar afschieten.’

 

 

Tags: , , , , , , ,


About the Author



Comments are closed.

Back to Top ↑